In de aanloop naar Agoria’s corporate event lieten we de voorbije weken al heel wat ideeën en voorspellingen over ‘the future of jobs’ op u los. Volgende woensdag, 18 mei, verwachten we u massaal in de Diamant Building in Brussel om samen met onze gastsprekers en politieke panelleden in te zoomen op de impact van technologie op de arbeidsmarkt van morgen.

Zullen robots jobs vernietigen of bieden ze ons juist de kans om nieuwe jobs met minder repetitieve taken en meer toegevoegde waarde te creëren? En wat zijn daar dan de gevolgen van? Lees hier het antwoord van 5 Agoria-experts (vlnr: Jeroen Franssen, Robrecht Janssens, Stephan Vanhaverbeke, Herman Derache, Paul Peeters), die elk vanuit hun eigen specialisatiedomein reageerden op vier pertinente vragen:

Hoe moet volgens u ons onderwijssysteem evolueren als we onze jongeren maximaal ‘duurzame competenties’ voor de arbeidsmarkt van morgen willen meegeven?

Jeroen Franssen (expertisecentrum Talent & Arbeidsmarkt): ‘Meer werken in de loop van het onderwijstraject. Meer leren in de loop van een professionele carrière.’ Dat is het basisprincipe om jongeren met een sterke competentierugzak de arbeidsmarkt op te sturen en om professionals optimaal inzetbaar te houden. De traditionele schotten tussen een school- en een arbeidsloopbaan moeten verder vervagen.

Als bedrijfsleiders of HR-professionals de moeilijk in te vullen competenties oplijsten, gaat het in bijna elke situatie om ’soft skills’ zoals probleemoplossend denken, in team werken, markt- en klantgerichtheid,... Ik ben een vurige verdediger van een stevige wiskundige, wetenschappelijke en ‘computational’ basis. Maar om de betekenis van deze vakken van meet af aan duidelijk te maken, moet je ze niet constant als aparte vakgebieden aanleren. Vakoverschrijdend en projectmatig werken, in of buiten de school, motiveert jongeren en toont de echte impact van de vakgebieden. Doorgedreven projectwerk prikkelt op elk onderwijsniveau de ontwikkeling van soft skills.

Bedrijven zijn alsmaar meer bereid de deuren open te zetten voor jongeren om hen de impact van hun kennis en vaardigheden te laten beleven. Van hun kant worden hogescholen en universiteiten naast opleidings- en onderzoekscentra ook steeds meer experience centers waar jongeren en professionals ervaringen uitwisselen die niet alleen jongeren aanscherpen maar ook de ervaren werknemers of ondernemers constant up to date en dus beter inzetbaar te houden.

Welke rol blijft er op de werkvloer over voor de mens (arbeiders én bedienden) in een wereld van geautomatiseerde productie en artificiële intelligentie (FoF).

Robrecht Janssens (expertisecentrum Sociaal): Sociale interactie is de troef bij uitstek van mensen. De behoefte aan contact en interactie met anderen is zelfs een wezenlijke drijfveer voor mensen. Sociale vaardigheden maken nu al vaak het verschil in diverse jobs, van lijnoperator over helpdeskmedewerker tot account manager. Automatisatie in productieprocessen en administratieve processen zal niet verhinderen dat persoonlijk overleg tussen leverancier, producent, klant en eindgebruiker nodig blijft. Ook intern zal de vraag naar overleg en afstemming over afdelingen en departementen heen enkel groeien, zeker wanneer het productieproces in toenemende mate complexer wordt.

De toegevoegde waarde die mensen in de toekomst op het werk kunnen bieden, zowel op de productievloer als in de kantooromgeving, ligt net in die sociale dimensie. De kernwoorden om de impact van automatisatie en artificiële intelligentie op jobs te beschrijven en de jobs voor mensen te omschrijven zijn sociale vaardigheden, empathie en communicatieve interactie. En dat is goed nieuws, want die sociale dimensie zorgt voor veel voldoening en betrokkenheid. Automatisatie maakt het mogelijk om al het repetitieve en gevaarlijke uit een job te halen, maar niet het sociale en communicatieve. Al zijn ook op die terreinen technische mogelijkheden en opportuniteiten om medewerkers te ondersteunen. De toegevoegde waarde van menselijk contact blijft voor zowel leverancier, producent, klant als eindgebruiker een uitgesproken meerwaarde.

Lees meer in de blog: Is uw werkvloer klaar voor de digitale schok?

Welke verschuivingen voorspelt u in de relaties tussen werkgevers en werknemers? Hoe kunnen we samen de arbeidsmarkt van morgen beschermen/versterken, ook als die onder druk komt te staan door toenemende robotisering en andere disruptieve technologische ontwikkelingen?

Stephan Vanhaverbeke (expertisecentrum Sociaal): De werkloosheidsgraad in België is sinds de jaren ‘70 globaal niet toegenomen, eerder integendeel, ondanks de economische crisissen. Er is wel een enorme transitie gebeurd van types van jobs. We merken ook dat als we met ingrijpende herstructureringen geconfronteerd worden in onze sector, zoals Renault of Ford, dat veel van die verloren gegane jobs vrij snel weer geabsorbeerd worden in de economie. Het absorptie vermogen van onze economie is dus vrij groot en daardoor hebben we bewezen dat we het hoofd kunnen bieden aan toekomstige ontwikkelingen die op ons af komen.

Op vlak van sociaal overleg pleit ik ervoor om te evolueren van een sociaal conflictmodel, zoals in de jaren ’70, naar een sociaal consensusmodel. In dat consensusmodel zoeken werkgevers en vakbonden naar het gemeenschappelijk belang. En wat is dat belang? Op zoek gaan naar groei en jobs. Het is geen model dat gaat over de verdeling van de welvaart. Maar een model dat een antwoord formuleert op de vraag: hoe kunnen we de welvaart in de toekomst ondersteunen?

In welke richting moeten/kunnen onze eigen technologiebedrijven innoveren om in België te kunnen blijven of naar ons land terug te keren?

Herman Derache en Paul Peeters (expertisecentrum Innovatie): Steeds meer Belgische maakbedrijven bewijzen dat het wel degelijk mogelijk is om via slimme Made Different-innovaties duurzaam en winstgevend te produceren in ons land. Enkele trends om absoluut rekening mee te houden als ook u met uw bedrijf wilt uitgroeien tot Factory of the Future:

  • Ontzorging en flexibiliteit: de maakindustrie verdient haar geld in steeds toenemende mate met diensten. In een servicemodel wordt de klant ‘ontzorgd'. Het garanderen van de prestatie van een kapitaalgoed in ruil voor een vaste fee is hierbij de grote stap. Voor de fabrikant komt meer nadruk te liggen op diensten, zoals onderhoud, remarketing, financiering en het uitvoeren (overnemen) van taken met het geproduceerde kapitaalgoed. De gebruiker is zeker van gebruik en prestatie, zonder eigendom te hebben. Dergelijke servicemodellen zijn bovendien een belangrijke stap naar circulaire economie.

  • Customer & supplier proximity:Belgische innovatieve maakbedrijven kunnen zich met behulp van methodieken zoals Quick Response Manufacturing onderscheiden van buitenlandse concurrentie door heel snel op klantenvragen in te spelen. Dat valt in de smaak bij producenten, die zich in toenemende mate bij voorkeur omringen met een flexibel netwerk van nabije leveranciers.

  • Slimme en digitale automatisaties en End user customization:Via sterk doorgedreven digitalisering kunnen enorme doorbraken gerealiseerd worden in het efficiënt produceren van enkelstuks-orders.

  • Betrokken en duurzaam inzetbare werknemers: de Fabrieken van de Toekomst hebben één ding gemeen : ze zien hun medewerkers als dè belangrijkste factor in de duurzame verankering van hun lokale aanwezigheid.