Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen en de FOD Werkgelegenheid hebben het loonkloofrapport 2016 gepubliceerd. De cijfers voor het rapport werden aangeleverd door de Algemene Directie Statistiek Ė Statistics Belgium van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie en het Federaal Planbureau en hebben betrekking op het enquÍtejaar 2013.

Wat zijn de voornaamste conclusies?

De loonkloof op jaarbasis (die ook rekening houdt met deeltijds werk) blijft nog altijd zeer hoog, ondanks een lichte daling ten opzichte van de cijfers m.b.t. het jaar 2009: nog altijd 21% in 2013 vs 23% in 2009.

Vooral de loonkloof in extralegale voordelen loopt aanzienlijk op. Zo liggen de bijdragen voor aanvullende pensioenen voor vrouwen gemiddeld 38% lager dan voor mannen.

De loonkloof neemt ook toe bij een hoger opleidingsniveau. Bij hogeropgeleiden is de loonkloof het grootst, nl. 17% in de industrie en marktdiensten.

Hoe vallen die verschillen te verklaren?

Als een van de meest expliciete oorzaken vermeldt het rapport de zogenaamde Ďzorgkloofí, die te maken heeft met de ongelijke verdeling van de zorgtaken. 45% van de vrouwen werkt deeltijds. Deze vorm van tewerkstelling is sinds 1999 met 12% gestegen.

Volgens het rapport is "voor de helft van de deeltijds† werkende vrouwen de combinatie met het gezinsleven de belangrijkste reden om deeltijds te werken. Bij deeltijds werkende mannen is dit slechts 26%."

Klachten bij het Instituut blijven uitzondering

Werknemers die het slachtoffer menen te zijn van loondiscriminatie of andere vormen van discriminatie op† grond van geslacht, kunnen dit melden bij het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. Die klachten blijven echter eerder uitzonderlijk, zegt de adjunct-directeur van het Instituut: ďWant werknemers hebben zelden toegang tot en kennis over de lonen van hun collegaís.Ē

De context: om de loonkloof beter te kunnen bestrijden werd de wet van 22 april 2012 ter bestrijding van de loonkloof tussen mannen en vrouwen in het leven geroepen. Deze wet voorziet acties op alle niveaus van de arbeidsmarkt: op interprofessioneel niveau via de verplichting voor alle sociale partners om maatregelen ter bestrijding van de loonkloof te onderhandelen, op sectorniveau via de invoering van genderneutrale functieclassificaties en ten slotte op bedrijfsniveau via de organisatie van een verplicht overleg en het aannemen van een actieplan.

De loonkloofwet verplicht ondernemingen om een gedetailleerde analyse van hun lonen op te stellen, dit zorgt ervoor dat de loonkloof gemakkelijker kan worden opgespoord. De eerste analyse gebeurde in 2015.

Bron: persbericht van de ministerraad van 27 juni 2016

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de "first points of contact" in uw regio: