Smart cities ontstaan niet vanzelf. Alles begint met de ontwikkeling van een globale visie en langetermijnstrategie. Vervolgens wordt binnen dat kader bij voorkeur met het laaghangend fruit gestart zodat snel de eerste resultaten worden geboekt en een breed draagvlak voor het project ontstaat. Dat adviseerde enkele maanden geleden Peter Van Den Heede van het internationale automatiserings- en energietechnologieconcern ABB, tevens voorzitter van ons Smart Cities Committee, in een interview met Agoria.

Vandaag leggen we ons oor te luisteren bij Wim Van den Broeck, de vice-voorzitter van datzelfde Smart Cities Committee. Als managing director van Citybeacon is hij de geknipte man om ook eens de stem van de vele ambitieuze technologiestarters in het smart cities-ecosysteem te laten horen. Citybeacon zelf is een start-up uit Oostende. Het bedrijf ontwikkelt digitale zuilen die met allerlei functies kunnen worden uitgerust (o.a. WiFi-hotspots, beveiligingscamera’s, reclames voor plaatselijke ondernemers,…) om de stadsbeleving interessanter te maken.


Wim Van den Broeck: "Denk als bestuur vooral na over de accenten die je wilt leggen in je dienstverlening. Als dat inzicht helder is, laat dan de technologiebedrijven maar in actie komen.

Vertel eens, Wim, in welke mate deelt u het optimisme van Peter Van Den Heede, die vertelde dat heel wat Belgische steden op het punt staan een grote sprong voorwaarts te maken in hun transitie tot smart cities?

Wim Van den Broeck: Ik ben het er absoluut mee eens dat we op een kantelpunt zijn gekomen. Op technologisch vlak is er de voorbije jaren spectaculaire vooruitgang geboekt en ik zie heel veel goede intenties bij de plaatselijke besturen. Een aspect waar wel nog mee wordt geworsteld, met name in veel kleinere steden en gemeenten, is het hokjesdenken: elk departement beperkt zich tot zijn specifieke taken en bevoegdheden. Dat maakt het voor start-ups met eerder beperkte middelen en mankracht bijzonder moeilijk om vlot de juiste contactpersoon te bereiken en samen mooie toepassingen uit te werken. Wij vinden dat elke stad een smart city-ambtenaar zou moeten krijgen die als centraal aanspreekpunt kan fungeren voor de technologiesector en die voor elk project de juiste departementen rond de tafel brengt. Net zoals noodplanambtenaren de burgemeesters transversaal adviseren in zaken van civiele veiligheid. De grotere steden hebben die boodschap gelukkig wel al goed opgepikt.

Wat is uw gouden raad aan de bestuurscoalities vandaag?

Wim Van den Broeck: Technologie evolueert razendsnel en het is vrijwel onmogelijk voor een stad of gemeente om die ontwikkelingen en de nieuwe mogelijkheden die eruit voortvloeien op de voet te volgen. Maar het goede nieuws is: dat hoeft ook helemaal niet! Smart cities, dat gaat in de eerste plaats over de best mogelijke stadsbeleving. Technologie is daarbij het middel, niet het doel. Mijn advies is dan ook: denk als bestuur vooral na over de accenten die je wilt leggen in je dienstverlening: waar liggen de prioritaire behoeften van je inwoners? Welk imago wil je je stad of gemeente aanmeten? En als dat inzicht helder is, laat dan de technologiebedrijven maar in actie komen en met hun kennis en expertise de best mogelijke maatoplossing uitwerken.

Waar past het Smart Cities Committee in dat verhaal?

Wim Van den Broeck: Naar de plaatselijke overheden toe vervullen we een dubbele rol. De eerste is die van informatieverstrekker: we informeren ze over wat in andere steden in binnen- en buitenland zoal gebeurt rond smart cities en dragen inspirerende voorbeelden van toepassingen uit ons eigen ledennetwerk aan. De tweede rol gaat over het ‘how to’: we faciliteren networking tussen de stakeholders en laten daarbij heel concreet de open cultuur en de bereidheid tot samenwerking zien die tussen de verschillende technologiebedrijven heerst. Groot of klein, elk bedrijf heeft zijn plaats en waarde in de keten. De diversiteit aan toepassingen is immers zo groot, dat het voor de grote leveranciers vaak een voordeel is om te kunnen samenwerken met kleinere spelers die gespecialiseerd zijn in specifieke niches.

Voor de technologiebedrijven zelf, anderzijds, is aanwezigheid in het Smart Cities Committee dé manier om op de radar van steden en gemeenten te komen. Grote namen zouden dat misschien ook op eigen kracht kunnen, maar voor start-ups is kunnen meeliften in een groter geheel echt van wezenlijk belang.

Goede voornemens sneuvelen wel eens waar de financiën het laten afweten. Knelt daar niet ook het schoentje voor veel smart city-projecten?

Wim Van den Broeck: Geld kan een belemmerende factor zijn, maar je moet toch vooral goed beseffen dat het smart cities-verhaal zeker niet altijd synoniem is van gigantische infrastructuurprojecten, die overigens vaak veel te lang aanslepen. Ten eerste zijn er heel wat toepassingen die eenvoudig bovenop of naast bestaande infrastructuur kunnen worden geïmplementeerd. En ten tweede zijn er vandaag ook zeer intelligente financieringsoplossingen voorhanden. Ik denk onder meer aan de ‘as a service’-concepten die steeds meer technologieleveranciers aanbieden en waar ook de banken bereidwillig in meegaan. Daarbij investeert de stad of gemeente bijvoorbeeld elke maand een realistisch haalbaar bedrag in een specifieke dienst, die de bedrijfswereld vervolgens technologisch invult, inclusief installatie, onderhoud en upgrading van de vereiste apparatuur of software. Een niet te versmaden voordeel hiervan, naast de ingebouwde bescherming tegen ontsporende budgetten, is dat je hiermee als stad of gemeente gegarandeerd altijd over de meest geavanceerde technologie beschikt. Je hebt misschien iets minder de technische regie in handen, maar je kan wel nog altijd zelf de minimumvereisten bepalen waaraan de oplossing moet voldoen.

Heeft de start-up gemeenschap zelf bepaalde verwachtingen van steden en gemeenten? Welke ontwikkelingen verwacht u van hun kant?

Wim Van den Broeck: Ik denk namens alle leden van het Smart Cities Committee te kunnen spreken, maar in het bijzonder namens de start-ups onder hen, als ik zeg dat wij echt zitten te hopen op een explosieve toename van de hoeveelheid beschikbaar gestelde open data. Toegang tot open data is essentieel als basis voor de ontwikkeling van innovatieve nieuwe toepassingen.

In dezelfde lijn, maar dat is dan misschien meer een verantwoordelijkheid van de sector zelf en van de hogere overheden die bezig zijn met normalisatie, hoop ik op nog meer open technologie en open communicatieprotocollen die het mogelijk maken om systemen en basisinfrastructuur fabrikantonafhankelijk met elkaar te kunnen connecteren. Dat ‘plug&play’-principe zal over vijf jaar een vanzelfsprekendheid zijn, hoop ik. Het zou de smart cities van morgen in staat stellen om, net zoals de steden vandaag al de weginfrastructuur beheren, een digitale snelweg te beheren als een dienstverlening aan de burger.

Hartelijk bedankt voor dit gesprek.

Hoe helpen technologiebedrijven ‘smart cities’ creëren

Over die vraag gaat op donderdag 26 januari 2017 de vijfde editie van het Agoria Smart Cities Forum. Vertegenwoordigers van stads- en gemeentebesturen gaan er de dialoog aan met onze bedrijven en krijgen aan de hand van demonstraties en casestudies ideeën voor heel concrete, laagdrempelige instapprojecten die ze zouden kunnen realiseren. ’s Avonds worden er tevens de winnaars bekendgemaakt van onze jaarlijkse Agoria Smart City Award.

Reserveer hier snel uw plaats op het Smart Cities Forum 2016.