Hoe ervaart u de nadering van uw 65 jaar en afscheid bij Agoria?

Het is een moment van reflectie, van terugblikken…. waar vrienden en collega’s mij trouwens  op onverwachte momenten graag bij helpen. Een soort zelfevaluatie over de professionele loopbaan… met de nodige zelfkritiek, gelukkig ontvang ik heel wat spontane positieve echo’s en reacties die me een positief rapport opleveren (lacht).

Een loopbaan die startte in 1975 bij Agoria, technologie was steeds aanwezig?

Ik besef eigenlijk pas nu ten volle dat ik de derde industriële revolutie begin de jaren zeventig volop heb meegemaakt en mee overbrugd heb naar het begin van de vierde revolutie. Wat een ervaring! Wat mij daarbij opvalt, is het steeds versnellend tempo van die “revoluties” en dus van de technologische ontwikkelingen alsook de impact ervan. De nieuwe technologische opportuniteiten zullen, als we daar verstandig op inspelen, de basis vormen voor onze toekomstige welvaart. Ondernemen, innoveren en internationaliseren zijn daarbij door de bedrijven de te nemen stappen.

De Vlaamse overheid zou versneld uitvoering moeten geven aan haar programma “Radicaal Digitaal”. Iedereen zou op de digitalisering volledig moeten kunnen en willen inspelen, niet alleen omwille van de professionele mogelijkheden maar ook omdat daarnaast deze onomkeerbare technologische evoluties aan iedereen ontelbare mogelijkheden bieden. Het onderwijs heeft hier een essentiële rol te vervullen onder andere op het vlak van een versnelde transformatie naar onderwijs 4.0 door bv. de modernisering van het secundair onderwijs, het invoeren van duaal leren als een volwaardige onderwijsvorm….Zo wordt ook een digitale kloof vermeden. Op die domeinen liggen dus heel wat uitdagingen voor het team van Agoria Vlaanderen met Freek Couttenier en Hilde Ameys o.l.v. Peter Demuynck.

Naast deze thema’s, welke andere factor is volgens jou cruciaal voor Vlaanderen?

Als rode draad doorheen mijn talrijke contacten met bedrijven, overheden, politieke beleidsmensen, vakbondsleiders… en ongeacht periodes van hoog-laagconjunctuur is mijn ervaring dat leiderschap in onze ver doorgedreven vormen van democratie, absoluut nodig is. Het wordt ook zo meer en meer ervaren, zeker door jongeren, die in onze complexe wereld best wat oriëntatie kunnen gebruiken. Ook nadien is een herkenbaar en betrouwbaar gezicht van een natuurlijke leider vaak nodig en gewenst, zeker in moeilijke omstandigheden. Ik heb een aantal leiders in diverse omgevingen mogen meemaken.

Wat zijn de gemeenschappelijke kenmerken van een leider?

Zij zijn gemakkelijk toegankelijk, no nonsens, zijn authentiek, gaan niet mee met de waan van de dag, zijn luisterbereid, capteren zeer vlug de essentie, synthetiseren en stofferen daarmee hun visie en strategie. Zij communiceren zeer veel en zeer goed door op een eenvoudige, verstaanbare manier de kern van de zaken te benaderen en hun visie en beleid te verduidelijken. Dat vereist uiteraard ook doorgedreven kennis der dingen zoals het product of de dienst, het ontwikkelings-en bedrijfsproces en de business waarin men zich bevindt. De integriteit en persoonlijkheid van de leider zijn cruciaal als basis voor geloofwaardigheid. Dit lijkt veel en moeilijk maar voor zij die “het in zich hebben” lijkt het een evidentie. Ik herinner mij de discussies die we daarover gevoerd hebben in de Vlerick Business School; over de vorming van managers was iedereen akkoord maar over de mate waarin leiders konden opgeleid worden bleven er meningsverschillen. De nood is nochtans groot…Hoe dan ook, mensen maken het verschil, los van opleiding, functie, beroepsomgeving….

U hebt altijd gepredikt voor continue opleiding, ook toegepast voor uzelf?

Inderdaad, door de vier decennia heen heb ik praktisch alle functies bij Agoria doorlopen of er leiding aan gegeven. Dit liet mij toe veel praktijkkennis op te doen en inzichten te verwerven. Ik heb dit aangevuld met managementlectuur. Maar ik heb veel te danken aan mijn opleidingen aan de Vlerick Business School. Ik heb dat pas nadien ervaren hoe mijn manier van denken bv. conceptueel en in scenario’s, daardoor is aangescherpt. Nieuwe macro economische inzichten hebben mij, naast mijn micro economische opleiding, bijgebracht de zaken in een ruimer en interfererend kader te situeren. Het inzien hoe een bedrijfscultuur een managementtool is; die cultuur in een organisatie is veel belangrijker dan de structuur maar waar denk je dat in de praktijk vaak het meest aandacht wordt aan gegeven? Ook leren spreken en debatteren op basis van voor iedereen begrijpbare argumenten, hoewel ik dat in mijn studententijd veel aan debatten heb deelgenomen maar eerder door bluf en grappen het laken naar mij toe wou halen (lacht). Een veel voorkomend thema was toen arbeid versus kapitaal hoewel ik soms nog steeds vaststel dat bepaalde vakbondsleiders die ver van de realiteit staan dit voorbijgestreefde debat opnieuw willen aanwakkeren.

Welke momenten, binnen en/of buiten Agoria, zijn speciaal geweest voor u?

Zeker 2 erkenningen zullen mij bijblijven:

  • Mijn verkiezing als Alumnus van het Jaar in 2015 door de Faculteit Economie & Bedrijfsbeheer /UGent onder andere door mijn onderbouwd opkomen voor de industrie. Dit was zeker rond de eeuwwisseling ,waarbij het industrieel graf door velen reeds klaar stond, niet altijd evident .
  • In Agoria heb ik een paar malen van de bedrijfsleiders een staande ovatie gekregen; eerst na mijn periode als directeur van Oost- en West-Vlaanderen, nadien ook na dezelfde functie te hebben uitgeoefend voor Antwerpen-Limburg en dan naar aanleiding van mijn afscheid in de Opera van Gent met onder andere Minister-President Bourgeois op kop.

Het bijstaan van bedrijven met raad en daad is wel steeds mijn drijfveer geweest….maar deze vormen van erkenning geven een blijvend warm gevoel van binnen

Een laatste boodschap?

Think global, act local.

Een laatste vraag: wat ga je nu doen als “jong gepensioneerde”?

Ik zal wellicht nog een aantal zaken kunnen doen voor bedrijven maar wat al zeker is, is de sterke uitbouw van mijn vrouw haar multidisciplinaire praktijk waar, met een holistische aanpak en volgens het bio-psycho sociaal model, kinesitherapie, manuele therapie, myofasciale/fasciatherapie en osteopathie de ankerpunten zijn. Belangrijke aspecten kaderend in deze totaalaanpak zijn o.a. ook voeding en bewustzijn/psychologie. Het doel is niet alleen curatief maar ook preventief te bouwen aan gezondheid. Of zoals M-P Bourgeois het zo mooi formuleerde “Na de welvaart nu het welzijn”.

Reageer op dit artikel