Uit recente interviews met de voorzitter en de vice-voorzitter van Agoria’s Smart Cities Committee sprak groot optimisme: beiden zijn ervan overtuigd dat de transitie tot smart city voor veel Belgische steden en gemeenten stilaan in een stroomversnelling komt. Rond welke domeinen kan daarbij worden gewerkt en wat zijn dan telkens de specifieke uitdagingen? Over die vragen laten we in deze reeks de voorzitters van de thematische werkgroepen van ons Smart Cities Committee aan het woord. Dit keer legden we ons oor te luisteren bij Olivier Lefèvre (NRB), voorzitter van de werkgroep Smart Digital. 


Wat is de grootste uitdaging voor steden die hun smart cities-verhaal op digitalisering willen stoelen?

Olivier Lefèvre: Een belangrijke vraag, want ICT loopt als een rode draad door vrijwel elk smart city-project. Een van de belangrijkste uitdagingen blijkt de interoperabiliteit tussen de verschillende systemen en oplossingen. Ontstellend vaak zien we dat toepassingen prima werken, maar dan enkel op zichzelf of voor een specifiek doel. Om van een echte smart city te kunnen spreken, moet men er eigenlijk in slagen om alle systemen en processen te integreren tot een coherent globaal ecosysteem. Het is immers door verschillende soorten gegevens met elkaar te combineren dat men toegevoegde waarde kan creëren: nieuwe analytics, nieuwe businessmodellen, nieuwe manieren om een problematiek te benaderen, enz. 

Hoe zie ik dat concreet? Wel, de meeste steden starten niet van nul. Ze hebben wellicht al heel wat camera’s, sensoren, radars en andere systemen in werking. In dat geval is hun eerste uitdaging misschien wel om voor diezelfde of enigszins aangepaste infrastructuur nog andere, bijkomende nuttige toepassingen te identificeren. Een camera hoeft bijvoorbeeld niet uitsluitend te dienen om het verkeer te controleren. Hij kan misschien tegelijk ook worden ingezet om bijvoorbeeld de veiligheid te verhogen of de bewegingsdynamiek in het stadscentrum in kaart te brengen.

Waarom zijn onze technologiebedrijven zo goed geplaatst om die uitdaging aan te pakken?

Olivier Lefèvre: Omdat zij, vanuit hun technische expertise en dankzij hun jarenlange ‘field experience’, veruit het best geplaatst zijn om de plaatselijke besturen te inspireren. Ze kunnen nieuwe ideeën aanreiken of bestaande ideeën vertalen in technisch haalbare oplossingen, en ze kunnen overheden adviseren over technische specificaties die garanderen dat de uiteindelijk geselecteerde oplossing voldoende 'open' is en evolutief kan worden uitgebreid met nieuwe functionaliteit.

Succesvolle smart city-projecten zijn altijd het resultaat van samenwerking tussen administraties en partners uit de private sector. De leden van het Smart Cities Committee hebben volgens mij in die context altijd een extra voetje voor, omdat zij binnen hun groep voortdurend met elkaar praten over de optimale aanpak van specifieke technologische uitdagingen. Die contacten leiden tot meer creativiteit en innovatie, maar ook tot het onderling vertrouwen dat nodig is om spontaan en gezamenlijk met steden na te denken over optimaal geïnterconnecteerde oplossingen.

Noem eens enkele inspirerende smart city-toepassingen die u kent waarin digitale technologie een hoofdrol speelt?

Olivier Lefèvre: De vergelijking met grote buitenlandse metropolen vind ik moeilijk omdat we in ons land toch vooral veel kleine en middelgrote steden hebben. Maar een leuke toepassing zag ik bijvoorbeeld in Ottignies – Louvain-la-Neuve, waar men een doorgedreven en geëngageerd beleid heeft ontwikkeld rond het ‘smart’ energiebeheer in de openbare gebouwen. De bijhorende infrastructuurinvesteringen verdienden zichzelf binnen de 6 maanden terug. Met haar oplossing toont de gemeente aan dat 1/ de technologie voorhanden is, 2/ slimme oplossingen steeds beter binnen ieders budget passen en 3/ men snel tot resultaat kan komen als men één persoon bevoegd maakt en optimaal ondersteunt in zijn aanpak. Bij de toepassing in kwestie werd bovendien een Belgische start-up met een 10-tal mensen ingeschakeld. Er was dus een positief effect op het milieu, de gemeentelijke financiën én het economische weefsel in de regio.

Een ander voorbeeld is Marche-en-Famenne: daar werd iemand aangesteld die zeer gemotiveerd werkt rond het thema van plaatselijke handel. Hij ontwikkelde een set digitale tools die meer zichtbaarheid geven aan de plaatselijke handelaars, zoals een digitaal platform en een mobiele app waarop alle winkels aanwezig zijn, wat ze verkopen, hun openingsuren, enz. Heel gebruiksvriendelijk voor de klanten, en een boost voor de plaatselijke handel.

Op welk thema gaat de werkgroep Smart Digital zich in 2017 toespitsen?

Olivier Lefèvre: We gaan verder op de ingeslagen weg. Zoveel mogelijk als partners samenzitten met steden en gemeenten en aantonen dat onze technologiebedrijven die soms misschien zelfs elkaars concurrenten zijn, toch niet te beroerd zijn om in het belang van smart cities samen rond de tafel te gaan zitten en onderling interoperabele toepassingen op maat uit te werken. In 2016 zijn we al met dat evangelisatiewerk begonnen, in 2017 schakelen we nog een fikse versnelling hoger.

 

Bent u geïnteresseerd in Smart Cities? Kom dan op donderdag 26 januari zeker langs op het 5de Agoria Smart Cities Forum in Brussel!

Op het podium staan toonaangevende sprekers uit binnen- en buitenland die de stand van zaken vanuit o.a. beleidsmatige en technologische invalshoek toelichten. In de Smart Plaza kunt u zelf innovatieve toepassingen bekijken. En aan het einde van de dag bekronen we de beste reële cases van het land met een Smart City Award.

Bekijk hier het programma en schrijf u snel in.

 


Lees ook:

Reageer op dit artikel