Uit recente interviews met de voorzitter en de vice-voorzitter van Agoria’s Smart Cities Committee sprak groot optimisme: beiden zijn ervan overtuigd dat de transitie tot smart city voor veel Belgische steden en gemeenten stilaan in een stroomversnelling komt. Rond welke domeinen kan daarbij worden gewerkt en wat zijn dan telkens de specifieke uitdagingen? Over die vragen laten we in deze reeks de voorzitters van de 4 thematische werkgroepen van ons Smart Cities Committee aan het woord. Voor deze laatste aflevering legden we ons oor te luisteren bij Wouter Van Parys (Siemens), voorzitter van de werkgroep Smart Energy.

Wat zijn de grootste uitdagingen voor steden die een ‘smart’ energiebeleid willen voeren?

Wouter Van Parys: Elke stad of gemeente moet in de eerste plaats duidelijk voor zichzelf uitmaken welke rol ze in het energiedomein wil opnemen. En dat is voor een smart city toch bij voorkeur een actieve, sturende rol. Je moet begrijpen dat steden en gemeenten voor hun energievoorziening afhankelijk zijn van een breder ecosysteem met nog andere spelers, zoals de distributienetbeheerders aan welke de regelgeving belangrijke openbaredienstverplichtingen oplegt. Bijvoorbeeld met betrekking tot het beheer van de openbare verlichting of van het energiebeheer in openbare gebouwen. Die dienstverplichtingen mogen echter niet tot gevolg hebben dat plaatselijke besturen aan de zijlijn blijven toekijken zonder zelf hun energiebeleid van de toekomst uit te stippelen en erin te investeren. Integendeel, ‘smart energy’ betekent dat ze proactief en samen met de andere stakeholders zoals distributienetbeheerders, bouwpromotoren en technologiesector nadenken over welke toepassingen, technologieën en oplossingen het best aan hun wensen en behoeften voldoen.

Als ze meteen ook heel concreet aan de slag willen, zou ik steden en gemeenten ook adviseren om zeker alvast te starten met het energie-efficiënter maken van hun openbare gebouwen. Zelf groene stroom opwekken kan daarvan één aspect zijn, maar ik denk vooral ook in de richting van betere isolatie, ventilatie, zuinige verlichting,… De winst is dubbel, want een bestuur dat daarin investeert, bespaart én vervult meteen ook zijn voorbeeldfunctie naar de eigen inwoners. Sommige steden zoals Brugge, gaan trouwens al een stapje verder en reiken hun burgers praktische tools aan, zoals energie- of warmtescans van alle gebouwen op hun grondgebied. Daarmee kan je als inwoner bijvoorbeeld de staat van je eigen huis benchmarken ten opzichte van de gemiddelde woning in je straat of stad.

Welke rol kunnen onze technologiebedrijven bij dit alles spelen?

Wouter Van Parys: Zij zijn natuurlijk een vaste waarde in het ecosysteem. Niemand is beter geplaatst om de technologische mogelijkheden te demonstreren en de achterliggende businessmodellen toe te lichten. Bovendien bestaat er bij de bedrijven in de sector een grote bereidheid tot samenwerking. Dat is heel belangrijk, want zonder solide partnerships kan je geen smart cities bouwen.

Kunt u een voorbeeld geven van een smart city die op het vlak van energie volgens u heel inspirerend bezig is?

Wouter Van Parys: Liever dan namen te noemen, wil ik hier enkele toepassingen voor het voetlicht halen. Ten eerste de zogeheten ‘smart districts’ waarrond o.a. in Duitsland en Oostenrijk al wordt geëxperimenteerd. Het idee hier is om duurzame wijken te creëren die, wat hun energievoorziening betreft, geheel of grotendeels zelfbedruipend zijn. Ze wekken bijvoorbeeld zelf groene stroom op met fotovoltaïsche panelen, recupereren afvalwater, beschikken over batterijtechnologie om stroom te stockeren en een centraal warmtenet om huizen te verwarmen,… De economische haalbaarheid moet zich nog bewijzen, maar dergelijke projecten creëren in elk geval een positieve vibe in de stad. Bouwpromotoren die in die richting aan de slag willen om bijvoorbeeld verloederde stadswijken nieuw leven in te blazen, verdienen zeker ondersteuning door de plaatselijke overheden.

Een andere toepassing die ik ten zeerste aanmoedig, is investeren in ‘smart lighting’: niet enkel straatlampen vervangen door zuinige ledtechnologie, maar die verlichting ook dynamisch aanstuurbaar maken in functie van de specifieke noden van het moment: het weer, de drukte, het tijdstip,… Dat is een financieel en technisch haalbare ingreep die meteen ook heel sensibiliserend werkt naar de bevolking toe.

Welke acties staan er in 2017 op de planning van de Smart Energy-werkgroep?

Wouter Van Parys: We blijven natuurlijk onverminderd contacten tussen de plaatselijke besturen en onze technologiebedrijven stimuleren. Daarnaast willen we echter ook andere belangrijke spelers uit het ecosysteem nauwer bij onze activiteiten betrekken. Ik denk in het bijzonder aan distributienetbedrijven en projectontwikkelaars. Zij vielen tot dusver een beetje buiten de scope van onze workshops en infovergaderingen, maar dat zullen we in 2017 veranderen. Een ander actiepunt is dat we in 2017 gaan starten met het opstellen van duidelijke adviezen voor steden en gemeenten rond specifieke technologieën. We starten met smart lighting, maar later zullen o.a. ook elektrische laadinfrastructuur en smart districts volgen.

Hartelijk dank voor dit gesprek.

Bent u geïnteresseerd in Smart Cities? Kom dan op donderdag 26 januari zeker langs op het 5de Agoria Smart Cities Forum in Brussel!

Op het podium staan toonaangevende sprekers uit binnen- en buitenland die de stand van zaken vanuit o.a. beleidsmatige en technologische invalshoek toelichten. In de Smart Plaza kunt u zelf innovatieve toepassingen bekijken. En aan het einde van de dag bekronen we de beste reële cases van het land met een Smart City Award.

Bekijk hier het programma en schrijf u snel in.


Lees ook:

Reageer op dit artikel