De nieuwe omgevingsvergunning integreert de procedures van de milieuvergunning en de stedenbouwkundige vergunning in één procedure, met één globale beoordeling op milieu-, ruimtelijk en stedenbouwkundig vlak.


De aanvraag wordt hierbij ingediend bij één instantie, waarna één openbaar onderzoek en één adviesronde worden georganiseerd. Op deze manier tracht men het risico op tegenstrijdige beslissingen te vermijden.

Verder krijgt de omgevingsvergunning ook een permanent karakter. Dat was reeds zo voor de stedenbouwkundige vergunning, maar is nieuw voor milieuvergunningen. Die werden in de regel immers voor een periode van twintig jaar verleend.

Om de bescherming van mens en leefmilieu hierbij te kunnen blijven waarborgen, wordt voorzien in flankerende maatregelen; m.a.w. de exploitatie zal aan algemene en specifieke evaluaties worden onderworpen en op het einde van elke exploitatieperiode van 20 jaar wordt aan omwonenden, overheid, adviesinstanties,… de mogelijkheid geboden om opmerkingen te formuleren, waardoor een procedure tot bijstelling van de omgevingsvergunning kan worden opgestart. De voorschriften die de evaluatie nader organiseren, treden echter pas in werking op 1 januari 2018.