In het midden van de jaren '90 bundelden diverse automobielconstructeurs hun krachten om een opleiding van zes maanden voor de verkoop van auto's op touw te zetten. Deze opleiding was uniek in Europa en was uitsluitend voorbehouden aan jonge vrouwen. Uit verschillende studies bleek immers dat zij beter auto's konden verkopen dan mannen. Verrassend, zult u zeggen! Ik was in die tijd hoofdredacteur van een televisieprogramma over werkgelegenheid en opleiding dat op lokale Franstalige Belgische televisiestations werd uitgezonden. Ik ging naar Rennes (Frankrijk) om hierover een reportage te maken. Ik herinner me dat er mij toen twee zaken sterk waren opgevallen bij deze jonge vrouwen. Ten eerste, dat ze probleemloos hun handen in de motor van een auto en in alle mechanische zaken zoals een carburator, een koppakking, maar ook een versnellingsbak staken om te ontdekken hoe die werken. Ze waren echt leergierig en wilden alles begrijpen. Ten tweede, de manier waarop ze erin slaagden om luisterbereidheid, elegantie en overredingskracht te combineren met de technische kennis die ze aan het verwerven waren. Wat gender in een beroepsactiviteit betreft, had ik een echte les geleerd.

In januari jongstleden begonnen twaalf vrouwen aan een genderspecifieke opleiding in Brussel. Deze cursus wordt georganiseerd door Bruxelles Formation en Interface 3, duurt elf maanden en is bedoeld voor vrouwen die een professionele toekomst wensen in de sector industriële elektriciteit. Dit programma is toegankelijk voor vrouwen jonger dan dertig jaar die een job zoeken waarvoor geen enkele technische voorkennis vereist is. De opleidingsmodules zijn heel precies en gevarieerd: wiskunde, informatica, elektrische installaties, automatisering in bedrade logica, Nederlands, omgang met stress en communicatie. Tijdens hun opleiding volgen deze toekomstige industriële elektriciens een stage van zes maanden bij SPIE Belgium, een bedrijf dat actief is in de multitechnische diensten in de energie- en communicatiesector.

Deze twee voorbeelden tonen ons hoe deze aanwezigheid van vrouwen in eerder technische loopbanen gedurende 20 jaar een fenomeen is gebleven dat we alleen maar met nieuwsgierigheid kunnen bekijken. Uit een recente enquête bij de lidbedrijven van Agoria  (100,3 kB)blijkt dat in de technologische industrie, voor alle sectoren samen, 12% van de arbeiders, 25% van de bedienden en 9% van de kaderleden en leidinggevenden een vrouw is. Slechts een kwart van de ondernemingen die aan de enquête deelnamen, verklaren dat ze, net als SPIE Belgium, strategisch nadenken over "gender diversity". Dat is geen gebrek aan wil, maar betekent gewoon dat men er niet aan denkt. We moeten dus toegeven dat het gendervraagstuk een echte uitdaging blijft in de technologische industrie. Hoe kunnen wij daar concreet mee omgaan?

  • Niet alleen moeten we ervoor zorgen dat vrouwen in hun professionele keuzes voor een reeks beroepen kunnen gaan waar ze tot dan toe niet aan hadden gedacht, in de eerste plaats moeten onze bedrijven - en dat geldt ook voor de onderwijs- en opleidingsinstellingen - hen met open armen kunnen ontvangen. Het is absoluut noodzakelijk dat al deze plaatsen echt klaar zijn om hen aan te werven en dat ze dus de nodige aanpassingen doorvoeren om dit mogelijk te maken. Ik denk hierbij aan onze acties betreffende 'employer branding', maar we moeten ook denken aan ons HR-beleid. Heel wat ondernemingen zijn er nog onvoldoende op voorbereid in hun beleid rond 'talent management'.
  • We moeten definitief toegeven dat het geslacht geen impact heeft op de schoolresultaten. Meisjes zijn niet minder begaafd dan jongens in wetenschap en wiskunde, de basis van onze STEM-richtingen (science, technology, engineering, mathematics).
    De afdeling Eurydice van de Europese Commissie heeft op basis van de PISA-resultaten aangetoond dat het belangrijkste verschil tussen de geslachten op het vlak van schoolresultaten ligt in het feit dat meisjes meer lezen dan jongens. In de meeste Europese landen halen jongens en meisjes dezelfde resultaten in wiskunde en wetenschappen. Hoewel meisjes dezelfde resultaten halen als jongens, hebben ze de neiging om van zichzelf te denken dat ze zwakker in wetenschappen zijn dan jongens. Met andere woorden, meisjes lijken gemiddeld minder vertrouwen te hebben in hun wetenschappelijke vaardigheden dan jongens. Dat wordt op Europees niveau bevestigd wanneer we kijken hoe veel meisjes de STEM-richtingen volgen in de hogescholen en de universiteit.

 Richtingen

EU       

 BE - fr 

BE - vl  

 Engineering, fabricatie, constructie

 25,5

 18,9

 23,5

 Wetenschappen, wiskunde en informatica

 40,2

 28,3

 33,9

Gegevens van Eurostat EU-27 – % studentes in de STEM-richtingen.

  • We kunnen vaststellen dat ons land in beide categorieën onder het gemiddelde ligt, maar vooral ver onder het gemiddelde zit voor de tweede richting, die in bepaalde landen (Baltische en Scandinavische, Roemenië, Bulgarije, Duitsland) een totaal omgekeerde tendens kent en waar de vrouwen en mannen bijna aan elkaar gewaagd zijn.
  • We kunnen de vraag stellen zoals we willen, het gaat wel degelijk om een cultureel fenomeen. Als individu kunnen we overal waar we actief zijn (in het professionele, sociale, culturele, familiale leven) vechten tegen seksistische stereotypes. Een recente analyse van beleidsvormen voor gendergelijkheid toont aan dat de belangrijkste doelstelling het ter discussie stellen is van de traditionele en hardnekkige rollen en stereotypes. We maken echter lang niet gebruik van alle beschikbare middelen om de traditionele rolmodellen te doorbreken, met name op het gebied van onderwijs. De jongens en meisjes zijn nog sterk geconditioneerd door de traditionele concepten van rollen en geslachten betreffende wat ze kunnen en moeten doen in hun professionele en privéleven. Zijn onze acties niet zwak omdat ze zich voornamelijk op de meisjes richten? Er wordt veel aandacht besteed aan de interesse van meisjes voor technologie. Er is minder interesse voor jongens en hun eventuele toegang tot beroepen in bijvoorbeeld de zorgsector.
  • We moeten veel meer durven tonen op het gebied van de aanwezigheid van vrouwen in de STEM-richtingen. Dat is de uitdaging die we bij Agoria zijn aangegaan: we geven de vrouwelijke bedrijfsleiders de gelegenheid hun ervaring te vertellen of te vertellen over hun dagelijkse professionele activiteiten. Via onze activiteiten zoals de Agoria Company Tour, of daarvoor Technogirls, kunnen we jongeren ook alle buitengewone vooruitzichten leren ontdekken die de technologie hen biedt. Ten slotte hoeven onze ondernemingen geen schrik te hebben om te vertellen over hun eigen strategie voor 'gender diversity'. Op dit vlak moeten we, net als op andere vlakken, de beste praktijken doorgeven.

Omdat we ergens in onze "overheersend mannelijke hersenen van het bonobo-type" weten dat diezelfde hersenen deze wereld zullen redden door wijsheid en technologie te mengen.

Klik hie (100,3 kB)r om de resultaten van de enquête "Diversiteit" bij de lidbedrijven van Agoria (Centrum van sociale expertise) in te kijken.

Ontdek ook Yes She Can, een project van twee studentes van de l’Ecole Polytechnique de Bruxelles (ULB) om ingenieursstudies te promoten bij meisjes.

Reageer op dit artikel